KSV zet hier een aantal punten op een rij die volgens haar van groot belang zijn bij de belangafweging. 

Per punt zijn in de tekst eronder vragen of inzichten weergegeven. Voor de verzameling van informatie is naast eigen expertise ook gebruik gemaakt van zoekmachines en AI.

Als er inhoudelijk onjuistheden staan, kan er gemaild worden naar katwijksmartvillage@gmail.com

 

  1. VEILIGHEID

Belangrijkste vragen die nog steeds open staan:

Er is geen lijst met de gevaarlijke stoffen, hun maximale hoeveelheid en opslagwijze ter beschikking gesteld?

Is het toegestaan om 2 vaten van elk 200 kub meter voor de opslag van brandbare vloeistoffen aan te passen in 4 vaten van elk 100 kub meter om strenge regelgeving (PGS29) te ontlopen?

Mag er in de tankfarm een vat met een bijtende vloeistof (CIP detergent) gecombineerd worden met 5 vaten van brandbare vloeistoffen?

Er is voor 1 koeltoren een berekening gemaakt en hierin geeft men aan dat er geen vergunning nodig is voor het lozen van koelwater. Er zijn echter 5 koeltorens, is voor de overige 4 wel of geen vergunning nodig?

Is het hoogheemraadschap op de hoogte dat 40% van het proces water gereinigd wordt, als koelwater gebruikt en vervolgens zonder vergunning wordt geloosd op het oppervlakte water?
Voorafgaand aan het gebruik van koeltorens moet een risicoonderzoek uitgevoerd zijn. Met name voor legionella besmetting (ivm inademing aerosolen) Waar kan ik dat vinden? Men moet een risicoanalyse en in waterbehandelingsplan kunnen aantonen dat de samenstelling van het water en het milieu niet in gevaar komen.

Er komt een installatie voor het reinigen van procesvloeistof. Welke categorie krijgt deze zuiveringsinstallatie en is men in staat om alle restproducten te zuiveren uit het proces water.

De berekening voor de stikstof uitstoot is gebaseerd op gegevens die Eli Lilly ter beschikking stelde. Hierin zaten essentiële, aantoonbare fouten. Hoe wordt hier mee omgegaan door de omgevingsdienst, de gemeente Katwijk en overige overheden die belang hebben bij een Naturo 2000 gebied.

Voor het bepalen of Eli Lilly aan de Seveso richtlijn voldoet heeft men gegevens over opslag, gebruik en volume van gevaarlijke stoffen gebruikt. Kunnen deze gegevens ook ter beschikking aan ons gesteld worden.

Verslag overleg 23 september 2026

KSV heeft een overleg gehad met de OGD en GMKW. KSV heeft goed uit kunnen leggen dat zij voor het belang en toekomst van Katwijk meedenkt wat volgens haar de beste keuzes zijn, en dat deze megafabriek op deze plaats, waar we een veel beter plan als gemeente voor klaar hebben liggen, waar we niet duidelijk hebben wat de gevolgen zijn: deze fabriek NIET moeten willen.

Vanuit de OGD is uitgelegd dat de OGD niet gaat over de vraag of het maatschappelijk gezien een goede plek is om een grote fabriek neer te zetten: de OGD gaat alleen over of de aanvraag binnen de normen van de Nederlandse wet valt. KSV heeft aangegeven dat het nog steeds veel vragen heeft en ook een risico-analyse waarin de mogelijke consequenties van informatie die niet in de BOPA stukken staat, of die er inconsistent in staat of onduidelijk is. Wat dit precies betekent voor de toekomst is niet na te lezen of op te zoeken.

De OGD geeft aan dat er in gesprekken met Eli Lilly en de organisaties die de onderzoeken hebben gedaan wel meer verduidelijking is gekomen waarom de OGD van mening is dat de vergunning gegeven kan worden volgens de normen die vallen binnen de Nederlandse Wet. KSV heeft aangegeven dat precies een dergelijk verhaal ook bij Beaumix het geval was, daar viel alles ook binnen de normen van de wet, maar als je goed inzoomde waren de geitenpaadjes te zien. Wij zijn van mening dat ook vergunninggevende en toezichthoudende instanties hier een stevig oordeel over moeten kunnen geven.

KSV blijft bij haar standpunt dat deze megafabriek NIET op deze plaats terecht moet komen vanuit de maatschappelijke afweging van kosten en baten (de MKBA second opinion gaf zelf aan dat er meer verdieping nodig is.) En als je een andere maatschappelijke afweging wilt maken dan nog kan je wat ons betreft heel moeilijk onderbouwd een positieve beargumentatie geven met een proces wat zo onder hoogspanning loopt waardoor zoveel cruciale vragen nog onbeantwoord zijn. 

In Nederland is PGS 29 onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) de wettelijk aangewezen en verplichte norm voor de bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in verticale cilindrische tanks.
 
In BOPA stukken staat:
1. De bouw van een tankfarm waarin brandbare vloeistoffen, opgeslagen worden met bijtende stoffen. (CIP detergent tank, bijtende stof)
2. Verdeeld over 14 tanks waarvan 11 tanks voor brandbare vloeistoffen en 1 tank met bijtende vloeistoffen en 2 met waterige oplosssingen.
3. De toepassing van richtlijn PGS 31 (gevaarlijke vloeistoffen) wordt gebruikt in plaats van PGS 29 (brandbare vloeistoffen).
4. Voor de opslag van 200000 liter ethanol en methanol wordt niet voor elke vloeistof een tank gebruikt van 200m3 maar 2x 100 m3.
Bij PGS 29 worden er veel eisen gesteld aan o.a. de opslagtank en dat daar speciale keuringen aan verbonden zijn.
Dit is tijdrovend.
Op pag 5 van onderzoek externe veiligheid is te lezen dat methanol niet over alle tanks wordt verdeeld maar 1 tank. In dat geval moet PGS 29 gebruikt worden omdat het volume meer dan 150m3 is.
Op pag 6 van rapportage brandveiligheid staat dat er opslag is van 47 ton NaOH en 47 ton Zwavelzuur. Hierbij wordt de PGS 15 toegepast. (opslag verpakte gevaarlijke stoffen)
Carbondioxide (giftig gas ADR klasse 2)wordt in meer dan 1500 l opgeslagen. Dit wordt opgeslagen in dezelfde ruimte als NaOH en zwavelzuur.
Als je in NL wilt afwijken van de letterlijke maatregelen in de PGS 29, mag dat alleen als je een gelijkwaardige maatregel treft.
Dit betekent dat je via de Handreiking Beoordeling gelijkwaardigheid PGS-maatregelen moet aantonen dat jouw alternatieve techniek of norm (bijvoorbeeld een internationale standaard zoals API of NFPA) minstens hetzelfde veiligheidsniveau voor mens en milieu bereikt als de PGS 29 beoogt.
Dit vereist een uitgebreide risicoanalyse (zoals een BowTie- of HAZOP-studie) en moet vooraf expliciet worden goedgekeurd door het bevoegd gezag (de Omgevingsdienst). Een andere norm “blind” toepassen mag dus absoluut niet.
In de BOPA stukken:
1. is geen aantoning door KSV gevonden de alternatieve norm minstens hetzelfde veiligheidsniveau voor mens en milieu bereikt als de PGS 29 beoogt.
Raadsvergadering 17 sept. Omg.dienst geeft aan:
– er is door EL aangegeven dat er zo’n drietal gevaarlijke, brandbare stoffen opgeslagen gaan worden. (min.30.00)
– dit zijn aceton, methanol, ethanol, gekwalificeerd door ADR systeem als brandbare stoffen, wat brandbaarder dan normaal.
(brandweer langere lijst want kijkt naar stoffen die er zijn van belang wanneer ze daar voor een eventuele calamiteit moeten zijn. HIER VOLGT NOG EEN SCHRIFTELIJKE BEVESTIGING VAN
– PGS 31 geeft voorwaarden aan waar je aan moet voldoen
– In bijlage 8.1 van Goflo zie rapport externe veiligheid, bureau heeft onderzocht welke stoffen en ingediend ter beoordeling bij Omgevingsdienst West Holland
– Omgev. D. West Holland heeft daar ja tegen gezegd en collegiale toets gedaan van de DCMR bij de OGD Rijnmond
– second opinion heeft hier ook naar gekeken: klopt het en hoe zijn de berekeningen uitgevoerd
– Haskoning heeft aangegeven aanpassingen nodig in de modellering, maar geaccepteerd hoe het is opgeleverd
– Dus: geen ontploffingsgevaar maar brandgevaar. Bij brand in de tankfarm is de kans op een ontploffing van een brandbarestof (aceton) groot vanwege het lage brandpunt en de opslag in een afgesloten tank van 100m3
– maatregelen nodig om dit risico te beperken, daar voldoet Lilly aan de wettelijke eisen
– dat gaat nu over de ruimtelijke aanvraag, dat is in grote lijnen
– details komen later bij de omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten, dan moeten ze dat heel nauwkeurig beschrijven, bijv. sprinklers
– risico-contouren: de contouren die voor Lilly gelden staat in het zelfde rapport, zijn contouren die binnen de locatie blijven, dat betekent dat ze niet verwachten dat dat buiten de locatie een risico is.
Classificatie stoffen aceton, methanon, ethanol via Verordening (EG
– Aceton: ADR klasse 3 – H225 – ontvlambare vloeistof
– Methanol: ADR klasse 3
– Ethanol: ADR klasse 3
 

2. Inbreng Eli Lilly

De Eli Lilly Revenue bedroeg in 2025 zo’n $65,18 miljard Amerikaanse dollar, ($45,04 miljard in 2024). Eli Lilly behaalde over het volledige jaar 2025 een nettowinst van 20,64 miljard dollar.  De verbetering van infrastructuur en een hoger percentage sociale woningbouw kost het Rijk en de Provincie 72 miljoen, de gemeente Katwijk 31 miljoen euro. 

Eli Lilly investeert 2,7 miljard in de eigen fabriek (12,9% van de winst in 2025)103 Miljoen is 0,57% van de nettowinst van Eli Lilly in 2025. 

3. Handhaving waterkwaliteit in NL

Er is geen uitputtend overzicht welke stoffen worden gebruikt en wat er aan afval in het water en in de lucht komt. Hoor hier de zorgen van expert in uitzending Pointer 5 september. (vanaf 0.33 te beluisteren). 

4. Genoeg verdieping in maatschappelijke impact en gezondheid burgers?

Voor het maken van maatschappelijke afwegingen in NL omschrijft RIVM verschillende mogelijkheden:
– MKBA: Als (vrijwel) alle verwachte kosten en baten kunnen worden gekwantificeerd én gemonetariseerd en een afweging op basis van financiën gewenst is
– Impact Assessment: een analyse die effecten individueel in beeld brengt zonder deze te monetariseren. [..] Dit kan relevante input zijn voor het vervolgens goed uitvoeren van een MKBA.
– Participatieve Waarde Evaluatie: Als een visie van de inwoners gewenst is om mee te laten wegen in de keuze. De TU Delft ontwikkelde de PWE om de belangen en beleving van grote groepen stakeholders te faciliteren. [..] Dit houdt in dat je als opdrachtgever het waarderingsproces bij de doelgroep legt.
Vraag: zijn er andere methodieken dan de MKBA overwogen door GMK, zo ja welke. Wat is de onderbouwing dat er naast de MKBA geen andere methodieken nodig zijn geweest om een brede maatschappelijke afweging te analyseren gezien het feit dat niet alleen een afweging op basis van financien gewenst is.
Invloed fysieke leefomgeving op de gezondheid:
RIVM heeft in 2023 een notitie opgesteld die de verkennende vraag van het
ministerie van VWS beantwoord of een uniforme MKBA voor de gezonde leefomgeving voor
gemeenten kan worden opgesteld. Geconcludeerd wordt dat dit
niet mogelijk is omdat:
1. een uniforme MKBA voor een breed thema als gezonde leefomgeving kan niet gemaakt worden,
2. de gezonde leefomgeving lastig te vatten is in een MKBA en
3. een MKBA niet altijd de juiste afwegingsmethode is voor het gemeentelijke planproces
Vraag: welke overwegingen heeft GMK gemaakt om de invloed op de gezondheid te analyseren? Is bovenstaande notitie van RIVM met aanbevelingen bekend bij de GMK? Zo nee, hoe kijkt GMK tegen dit onderwerp aan als onderdeel in de algehele afweging?
Second Opinion:
– In deze MKBA doen we geen uitspraken over hoe de gekwantificeerde kosten zich tot de gekwantificeerde baten verhouden.
– De uiteindelijke beoordeling vraagt om een bredere afweging, waarin ook de kwalitatieve effecten worden meegewogen. Sommige
van deze effecten kunnen aanzienlijk zijn, maar laten zich op basis van de beschikbare informatie niet betrouwbaar in euro’s uitdrukken.
– Daarnaast is behoefte aan inzicht in de lokale
impact waardevoller voor de gemeente Katwijk dan een maatschappelijk saldo voor heel Nederland
Het college is van mening dat de MKBA een waardevolle bijdrage kan leveren aan de integrale belangenafweging die uw raad maakt bij het definitieve bindend advies.
Vraag: de gemeente heeft gezien dezelfde datum van publicatie een bredere afweging niet gedaan die wordt aangegeven in de MKBA en verdere inzichten in de lokale impact. Welke overwegingen zijn hierbij gemaakt? Vindt GMK dat er een bredere afweging gemaakt had kunnen worden en de lokale impact meer aandacht had kunnen krijgen?

5. Zorgvuldigheid second opinion nulmeting

Waar is de vraag bij de second opinion over de nulmeting voor de aanwezigheid van beschermde en onbeschermde diersoorten, en dan voor alle sloop- en bouwactiviteiten?

Hulpoverzicht EL_versie2 – Hulpoverzicht EL